Onderzoeksresultaten Peuterprojecten: Let op variatie! (Dutch)

Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Onderzoeksresultaten Peuterprojecten: "Let op Variatie!"

Door Ronald Geelen, AS nr. 10 oktober 1996

 

Vrijwel iedereen die is betrokken bij peuterprojecten is overtuigd van de waarde van de bezoeken van peuters aan ouderen. Maar de vraag is of de effecten ook via onderzoek meetbaar zijn. Reageren bewoners nu echt zo goed op peuters en hoe denken peuters zelf over ouderen? Vragen waarop in dit artikel een antwoord wordt gegeven.

Video-opnamen voor onderzoek

In een poging beter zicht te krijgen op de interactie tussen peuters en dementerende bewoners in verpleeghuis Lucia maakte psychologe Riet Daniël video-opnames van acht visites. Aan de hand daarvan werd het gedrag van peuters en bewoners met behulp van observatielijsten in kaart gebracht. De observatielijst bevat categorieën als kijken en luisteren en andere non-verbale reacties (fysiek contact maken. gebaren, mimiek en houding). Gemoedstoestanden worden eveneens beschreven: komt de peuter of bewoner ontspannen, onrustig, blij, somber, of al dan niet alert over?

Verder wordt genoteerd wat peuters en bewoners elkaar vertellen (verbaal gedrag).

Deelnemers

Aan de visites namen alleen vrouwelijke bewoners deel met een gemiddelde leeftijd van 86 jaar. Activiteiten tijdens de visites varieerden van liedjes zingen, puzzelen, schminken, kleuren, tot geluiden raden. Deelname aan activiteiten werd eveneens opgetekend. Voor de getalsmatige onderbouwing van de resultaten van het onderzoek wordt verwezen naar de betreffende scriptie.

Wisselwerkingen

Vanaf het moment dat de peuters de huiskamer binnenkomen, is de belangstelling van de ouderen duidelijk gewekt: de bewoner gaat rechtop zitten, heet de kinderen welkom of legt anderszins contact. Deze gerichte aandacht blijft gedurende het hele bezoek bestaan. Zelfs bij ouderen die bekend staan als snel afleidbaar. Duttende en suffende ouderen zijn uitzonderingen.

Peuters en bewoners praten onderling niet erg veel. De gesprekken blijven beperkt tot wat er op dat moment te zien en te doen is. De dementerende ouderen nemen meestal het initiatief tot contact. Verbale uitingen hebben het karakter van genegenheid:

'0, wat zie jij er leuk uit' en zorgzaamheid: 'Pas op meisje, anders stoot je je'. De strekking is steevast neutraal of positief.

Lichamelijk contact valt mee

Het is niet zo dat de ouderen veel lichamelijk contact zoeken met de kleintjes (tien procent van de contacten is lichamelijk). Lijfelijk contact is meestal kortdurend en blijft beperkt tot een aai over de bol of een speelse aanraking. Het kind reageert hier doorgaans non-verbaal op met een glimlach of gebaar (het pakt bijvoorbeeld de hand van de oudere vast). Het komt daarbij zelden tot niet voor dat een oudere een kind blijft aanraken als het daarvan niet is gediend. De angst van sommige buitenstaanders, dat een peuter door een bewoner wordt achtervolgd of 'sufgeknuffeld', is onterecht.

Ongeacht de mate van dementie vertonen bewoners positief non-verbaal gedrag: knikken, wijzen, glimlachen, wijzen en zwaaien bij het afscheid nemen. Ook - en dat is opvallend - degenen met ernstige dementie. Bewoners met lichte dementie leggen vaker verbaal contact dan degenen met een ernstiger vorm, waarschijnlijk omdat zij daartoe beter in staat zijn.

Als een peuter het initiatief neemt, wordt daarop door de ouderen steevast positief gereageerd. Nooit vijandig. Daarbij moet gezegd dat bewoners die onvoorspelbaar kunnen reageren, niet deelnemen aan de visites. De peuters raken de bewoners niet vaak aan. Zij gaan vooral op in hun eigen bedrijvigheid.

Activiteit

De meeste ouderen genieten van de visites. Een bewoner die tijdens de observatie onrustig overkwam, bleek in 'normale doen' veelonrustiger te zijn. Uitingen van somberheid of agressiviteit kwamen niet voor. De peuters reageren spontaan op de bewoners, zonder zich bewust te zijn van hun dementie. Het valt ze niet op dat de uitspraken van bewoners niet altijd logisch zijn en ze storen zich er niet aan als de oudere iets niet weet of in zichzelf praat.

Bij verwarde uitlatingen reageren ze intuïtief op wat ze wel begrijpen. Als de gerimpelde, stokoude dame zegt dat zij alles tegen haar moeder mag zeggen, gaat het aan de hummel voorbij dat deze onderhand overleden moet zijn. De kleine antwoordt dan dat haar mama de allerliefste van de hele wereld is. Dementerende ouderen zien de peuters niet voor hun eigen kroost aan en raken dus niet in paniek als ze weer vertrekken. De ouderen die deelnemen aan activiteiten, doen dat om de peuter te plezieren en te helpen. Ze lijken vooral en het liefst te kijken naar de kleintjes.

Kortom, tussen peuters en bewoners is sprake van een levendige en gevarieerde interactie. Het contact blijkt vaak kort, vluchtig en met name non-verbaal, maar wel positief. De peuters komen graag op bezoek en bij de bewoners is er een soort 'instant' effect: de visites wekken meteen alertheid, blijdschap en ontroering op.

Meerwaarde

Maar is het effect van de visites wel zo bijzonder? Kun je bij de ouderen dezelfde positieve effecten bereiken met andere activiteiten? Hebben de visites een duidelijk 'meerwaarde'? Om deze vraag te beantwoorden, observeerde Truus Dijkstra vier ouderen van het Engelse Alderney Hospital te Poole (East Dorset) in verschillende omstandigheden. De peuters waren, net als bij het onderzoek van Daniël, drie tot vier jaar oud.

Ze observeerde gedurende vier opeenvolgende periodes gedrag en stemming van bewoners. Deze periodes namen elk twee weken in beslag. In die twee weken vonden gedurende driekwart uur zes visites plaats of werden andere activiteiten ondernomen.

Deze periodes zagen er als volgt uit:

  • Eerste periode : verblijf in een aparte ruimte zonder gerichte activiteit (ouderen kunnen bijvoorbeeld een tijdschrift lezen; de aanwezige begeleidster ontplooit geen gerichte activiteit);
  • Tweede periode : de activiteitenbegeleidster en een verzorgende van de unit bieden een gerichte activiteit aan in dezelfde ruimte. Activiteiten zijn onder meer: het luisteren naar muziek, het spelen met een bal en het raden van dierengeluiden.
  • Derde periode : wordt ingevuld als in de eerste periode.
  • Vierde periode : de activiteit, ondernomen in de tweede periode, wordt opnieuw aangeboden, maar nu samen met de peuters (opnieuw onder begeleiding van dezelfde activiteitenbegeleidster en verzorgende).

Resultaten

Uit de resultaten van de gedragsobservatielijsten komt naar voren, dat de peutervisites voor twee van de vier bewoners een duidelijke meerwaarde hebben ten opzichte van de activiteiten alleen. Deze twee ouderen tonen, met de peuters erbij, meer interesse in hun omgeving en ze zijn beter gestemd. Hoewel de verwachting was dat dit positieve effect na het bezoek snel verdween, was het effect een half uur na de visite nog steeds merkbaar.

Misschien lijkt het weinig, dat maar vijftig procent van deze ouderen extra positief reageert op de visites. Toch is dat een niet gering effect. Want welke andere activiteit heeft bij de helft van de bewoners, lijdend aan beginnende of ernstige dementie, zo\'n overduidelijk resultaat? De steekproef is uiteraard te klein om algemene uitspraken over effecten te doen. Wel is de indruk onvermijdelijk, dat de visites bepaalde ouderen meer opleveren dan andere activiteiten.

Bevestiging

Uit grootschaliger buitenlands onderzoek blijken soortgelijke resultaten. Onderzoekster Newman van de Universiteit van Pennsylvania in de Verenigde Staten verrichtte onderzoek dat sterke overeenkomsten vertoont met dat van Dijkstra. Eenentwintig deelnemers aan een psychogeriatrische dagbehandeling, mensen die aan de ziekte van Alzheimer lijden, werden gedurende vijf weken gevolgd. Ze kregen muziekactiviteiten aangeboden, waarbij afwisselend wel en geen peuters aanwezig waren. Van de visites werden ook video-opnames gemaakt, die later door deskundigen werden bekeken en geanalyseerd met behulp van observatielijsten.

De conclusies komen overeen met de studie van Dijkstra: de activiteiten waarbij peuters aanwezig zijn, hebben een meerwaarde. Apathisch gedrag vermindert door de komst van de peuters en ook mensen met ernstige dementie raken beter gestemd.

De peuterprojecten lijken ideaal: werkers zijn enthousiast, de bewoners reageren er positief op en de peuters vinden de afleiding en aandacht prettig. Onderzoeken bevestigen ook nog eens deze positieve ervaringen. Verdere uitbreiding van peuterprojecten -ook met andere doelgroepen -lijkt slechts een kwestie van tijd.

Hulpbehoevend

Maar het is goed stil te staan bij de belangen van de peuters. De peuters lijken de visites prettig te vinden, onderzoek bevestigt dit ook. Het is natuurlijk wel de vraag of ze door de regelmatige confrontatie met afhankelijke verpleeghuisbewoners geen eenzijdig beeld van de ouderdom ontwikkelen.

Amerikaans onderzoek door Seefeldt wees uit, dat vier- tot vijfjarigen, die een jaar lang wekelijks het verpleeghuis bezochten, een negatiever beeld van de ouderdom ontwikkelden dan een controlegroep. De peuters zagen ouderen in het algemeen als passiever, fysiek belemmerd en hulpbehoevend.

Ze hadden ook negatievere idee?n over zelf ouder worden. Als ze alleen gebrekkige, hulpbehoevende en passieve ouderen in hun omgeving zien, veronderstellen ze dat dit de norm is. Toch moet daarbij worden aangetekend dat zowel personeel van het verpleeghuis als de peuterspeelzaal ervan overtuigd was dat peuters intens genoten van de visites. Desalniettemin zou het wel zo kunnen zijn dat een eenzijdig negatief beeld van de ouderdom wordt ontwikkeld.

Variatie!

Amerikaanse onderzoekers zijn het er redelijk over eens, dat voor dit (mogelijke) knelpunt een eenvoudige en afdoende oplossing bestaat (zie Lambert, Dellman-]enkins en anderen).

Hun advies is: breng peuters ook in contact met competente, actieve en vaardige ouderen. De gewezen arts, politieagent of brandweerman kunnen in de rol van verhalenverteller peuters leerzame en spannende anekdotes uit de doeken doen over hun vroegere beroep. Ze kunnen dan zeker rekenen op een aandachtig gehoor. Andere mogelijkheden zijn dat de eigen (competente) grootouder de visites begeleidt, of dat een oudere leraar positieve maar ook realistische informatie geeft over ouder worden en de ouderdom. Bij zo'n variatie in voorbeelden van oude mensen blijken peuters later juist evenwichtiger tegen de ouderdom aan te kijken en positiever sociaal gedrag te vertonen ten opzichte van ouderen

Datzelfde geldt voor gedrag ten aanzien van psychisch en lichamelijk hulpbehoevenden. Na een negen maanden durend programma zijn peuters meer bereid tot delen en samenwerken met ouderen en steken zij vlugger een helpende hand uit wanneer dat nodig is.

Kortom, bij zo'n gevarieerde opzet, met diverse voorbeelden van ouderdom, worden de visites voor de peuters meer dan een prettige afleiding. Er is ook sprake van een betere en meer realistische beeldvorming van de ouderdom; dat heeft een positieve invloed op het gedrag ten opzichte van de oudere.

De peuters die aan zo'n 'intergenerationeel programma' deelnemen, steken gunstig af bij leeftijdgenoten die nog nooit een voet in het verpleeghuis hebben gezet.

Om te weten hoe je een PeuterProject opzet lees ook artikel "PeuterProject": Klik Hier

Lees 11713 keer