Snoezelhoeken in de schoolklas, M.P.I.G.O. de Dageraad België.(Snoezelencorners Classroom)(Dutch)

Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Waar is het allemaal om begonnen?

In M.P.I.G.O. de Dageraad is er een snoezelruimte waar de kinderen kunnen gaan snoezelen. Er is maar een beperkte tijd om te gaan snoezelen, omdat er vele groepen (verschillende klassen) hiervan gebruik willen maken. Er is een beurtrol opgesteld, maar daardoor komt elke groep niet zo vaak aan de beurt.

 

Omdat het moment van snoezelen dan bepaald wordt door de beurtrol en niet door de erkenningsdrang of de nood aan een rustpauze van de kinderen zelf, groeide het idee om meer op de kinderen hun behoefte in te gaan. Omdat er in elke klas een verschillende nood is, daar de kinderen een verschillend niveau hebben, kwam men op het idee om een snoezelhoek te maken in de klas.

Dit is voor elk kind van de klas, op eender welk moment toegankelijk. Bovendien kan de snoezelhoek veel doelgerichter afgestemd worden op de ontwikkeling en de behoeften van de kinderen uit de klas. Dat maakt dat we de kinderen ook gerichter kunnen gaan stimuleren om op verkenning te gaan. Daarnaast moet deze ruimte ook een mogelijkheid bieden voor ontspanning en om tot rust te komen op de drukke momenten tijdens een schooldag. De snoezelhoek moeten voor hen een vertrouwde plaats bieden waar ze zich veilig kunnen voelen.

Ons Project:

Het doel van ons project is dat we in twee klassen (type 2: matig tot ernstig mentale handicap) een snoezelhoek inrichten. Het is de bedoeling dat we met beperkte middelen een persoonlijke snoezelruimte cre?ren waar elk kind een stimulans krijgt om op verkenning te gaan of tot rust kan komen. De ruimte is beperkt: hier moeten we rekening mee houden. We moeten ons richten op de kinderen die momenteel in die klas aanwezig zijn.

Deze uitwerking moet het resultaat zijn van onze observaties van de kinderen, verdieping in hun ontwikkeling, onderzoek actie - reactie, kennis van materialen. Een gefundeerde theorie vormt de onderbouw tot de uitwerking van het hele project.

De projectinstelling:

De Dageraad is een Medisch Pedagogisch Instituut, gelegen te Kortessem. Al meer dan dertig jaar biedt de school kwaliteitsonderwijs aan voor kinderen met een licht, matig tot ernstig mentale handicap en/of kinderen met een leerstoornis.

Voor kinderen met een matig tot ernstig mentale handicap wordt onderwijs georganiseerd op kleuterniveau, (2,5 jaar tot 6 jaar met eventueel 1 of 2 jaar verlenging) en op lager niveau (6 jaar tot 13 jaar met eventueel 1 of 2 jaar verlenging)
Kinderen met een licht mentale handicap en kinderen met leerstoornissen kunnen op school terecht vanaf 6 tot 13 jaar met eventueel verlenging van 1 tot 2 jaar.
Er is ook een doorstroming mogelijk naar het Buitengewoon Secundair Onderwijs waar de kinderen na hun 12 - 13 jaar beroep kunnen doen op verschillende opleidingsvormen.

 

INLEIDING

Aan de hand van de theoretische onderbouw hebben we ons een beeld kunnen vormen van de mogelijkheden en de beperkingen van onze doelgroep. Toch was dit nog te algemeen om op basis daarvan een snoezelhoek in te richten. We wilden er immers een snoezelhoek van maken die specifiek gericht was op het stimuleren van de kinderen uit de klas. Daarom gaan we in dit hoofdstuk diepgaander in op de doelgroep, om zo een concreet beeld te krijgen van de kinderen en hun ontwikkelingsvragen. Dit hebben we vooral gedaan aan de hand van de vijf zintuigen.

Eerst bespreken we de doelstellingen van onze doelgroep, zoals die beschreven staan in het groepshandelingsplan van de klassen. Deze doelstellingen zijn voor beide klassen ongeveer hetzelfde, daarom bespreken we deze slechts één maal.

  • In een tweede onderdeel bespreken we de klas van juffrouw An.
  • In een derde onderdeel gaan we in op de klas van juffrouw Pascale.

We bespreken telkens eerst de groepsbeeldvorming en nadien bespreken we elk kind afzonderlijk zodat we komen tot een gedetailleerd beeld. De namen die gebruikt worden, zijn dan ook fictieve namen.

Hoe zijn we nu precies te werk gegaan?

Door observatie en gesprekken met beide juffrouwen hebben we getracht een beeld te vormen van de kinderen. Wat vinden ze leuk, waar spelen ze graag mee? Dan zijn we op zoek gegaan naar verschillende mogelijkheden en ideeën. We hebben onze voorstellen voorgelegd aan de juffrouwen en zij hebben commentaar gegeven.

Doordat we maar weinig budget hebben gekregen voor het realiseren van deze hoeken (namelijk €300), zijn we op zoek moeten gaan naar goedkoop/kosteloos materiaal. Hiervoor hebben we inzamelacties gedaan. Dit heeft veel materiaal opgeleverd van knuffeldieren tot verf. Tijd om aan het werk te gaan.

DE DOELSTELLINGEN VAN BEIDE KLASSEN

Elke klasgroep heeft een aantal doelstellingen vooropgesteld waar men tijdens dat schooljaar wil aan werken. Deze doelstellingen zijn niet eisend. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden van de kinderen en men tracht de mogelijkheden optimaal te benutten. Omwille van de verschillende problematieken in de klas zijn al deze doelstellingen immers niet haalbaar bij elk kind. (zie de individuele beeldvormingen)

Deze doelstellingen zijn voor beide klassen ongeveer hetzelfde. De kalenderleeftijd verschilt in beide klassen, de ene groep zit in het kleuteronderwijs en de andere in het lager onderwijs, maar toch situeert het mentale niveau zich rond matig en ernstig mentale handicap. Omdat de doelstellingen ongeveer hetzelfde zijn in beide klassen, bespreken we deze doelstellingen voor beide klassen samen.

1. DE KLEUTERTUIN (VAN JUFFROUW AN)

In de klas van juffrouw An zijn 4 kinderen met een matig tot een ernstig mentale handicap. We bespreken hier de algemene beeldvorming van de klas.

 

 

De kinderen in de klas hebben allemaal individuele begeleiding nodig. Er is geen enkel kind dat zelfstandig opdrachten kan uitvoeren en/of taken kan maken. Sommige kinderen kunnen zich wel zelfstandig bezig houden met een spel. Het is een rustige groep, met af en toe individuele uitschieters of opvliegers. De kinderen geven blijk van emoties, dit is wel beperkt tot de vier basisgevoelens (blij, boos, bang, verdrietig). Ze geven vooral gevoelens van lust en onlust weer.

De psycho-sensomotorische ontwikkeling:

Op grof motorisch vlak stappen twee van de vier kinderen nog niet zelfstandig. Zij stappen aan één hand of worden in de buggy meegenomen bij verplaatsingen. Op vlak van de fijne motoriek staan de kinderen niet erg ver. Dit is beperkt tot het prullen met en frutselen aan allerlei dingen. Ze zijn niet handig in het gebruik van materialen.

Cognitieve ontwikkeling:

Op het vlak van communicatie kan geen enkel kind in de groep zich uiten door middel van gesproken taal. Ze maken wel babygeluiden, schreeuwen, brabbelen en lachen.

Socialisatie:

De groep is volledig afhankelijk van de begeleidster. Ze hebben constante begeleiding nodig bij het dagelijkse gebeuren. De kinderen kennen totaal geen gevaar. Ze kunnen niet veilig omgaan met materiaal. Bv. voorwerpen in de mond steken, dat kan gaan van klei en verf tot scherpe en kleine dingen. Ze reageren wel op elkaar. Bv. als de ene begint te schreeuwen, gaat de andere daar soms op in en begint ook te schreeuwen.

 

Voor alle foto\'s van de snoezelhoek in de klas van juffrouw An: Klik Hier!

{mospagebreak}

 

2. HET LAGER ONDERWIJS (DE KLAS VAN JUFFROUW PASCALE)

In de klas van juffrouw Pascale zijn 6 kinderen met een matig tot ernstig mentale handicap. We bespreken eerst de algemene beeldvorming van de klas en daarna de individuele beeldvorming.

 

 

De kinderen herkennen en vertrouwen hun vaste begeleiders. Allen leven ze meer in hun eigen wereldje. Samenspel met andere kinderen komt zelden of nooit voor. Ze kunnen hun behoeftes en verlangens uiten via emoties of non-verbale reacties. Enkel Wini en Tom gebruiken gesproken taal. Het zijn zeer rustige kinderen, Dimmi en Evi kunnen soms wat lawaaierig zijn. Elk kind moet gemotiveerd worden tijdens het werken om tot een resultaat te komen. Individuele begeleiding is hier ook noodzakelijk.

Psycho-sensomotorische ontwikkeling:

Op het vlak van grove motoriek, kan iedereen stappen, behalve Evi want ze zit in een rolstoel. Sommigen hebben echter nog wat hulp nodig. Wini en Tom kunnen zelfstandig op een driewieler rijden. De fijne motoriek is bij alle kinderen zeer zwak ontwikkeld. Tom, Wini en Dimmy kunnen zelfstandig kralen rijgen. Bij knutselactiviteiten zoals kleuren of schilderen is individuele begeleiding noodzakelijk.

Cognitieve ontwikkeling:

Op het gebied van communicatie kunnen sommige kinderen hun verlangens uiten via emoties of non-verbale taal. Tom en Wini uiten zich verbaal door middel van één-woord-zinnen of eenvoudige enkelvoudige zinnen. Wini is de enige die een beetje SMOG kent. SMOG betekent spreken met ondersteuning van gebaren. De meeste kinderen reageren op eenvoudige opdrachten uit het dagelijkse leven. Inne zegt vele woorden na. Dit noemt men echolalie. Tom kan na lang oefenen korte versjes of liedjes onthouden en nazeggen. Wini is de enige die de hoofdkleuren kan sorteren. Wini en Tom kunnen ook eenvoudige insteekpuzzels maken.

Socialisatie:

Er wordt vooral gewerkt rond het gebied zelfredzaamheid. Vier kinderen dragen luiers, de anderen zijn zindelijk. Geen enkel kind kan zich zelfstandig aan- en uitkleden. Eén kind kan alleen zijn jas ophangen, de anderen hebben hulp nodig. Tijdens de maaltijden hebben alle kinderen hulp nodig buiten Wini en Tom. Twee kinderen eten zeer fijn gesneden voedsel of gemixt voedsel.

 

 

Voor alle foto\'s van de Snoezelhoek in de klas van juffrouw Pascalle: Klik Hier!

 


 

Van dit hele project is een werkboek en plan online in PDF-formaat beschikbaar. Hierin staat zowel de theoritische als de praktische uitvoering uitgebreid beschreven. Je kan dat downloaden via WorldWideSnoezelen.com. Je hebt daarvoor dan wel Acrobat Reader nodig.

Klik hier om naar de download pagina te gaan!

 


 

Dit project is uitgevoerd door studenten van de Katholieke Hogeschool Limburg. Om naar de homepage te gaan van het KNLim, dept. SAW:

Klik hier

Lees 33249 keer