Het ontstaan, begin en de oorsprong van snoezelen!! (Dutch version)

Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Naar aanleiding van diverse tv-uitzendingen die ik de afgelopen jaren voorbij heb zien komen en waarin verschillende keren gesuggereerd wordt dat snoezelen ontstaan is op de Hartenberg in Ede schrijf ik eea op over de werkelijke beginperiode en het echte ontstaan van het snoezelen.

 

Laat ik voordat ik hier mee begin benadrukken dat ik veel waardering heb over wat er allemaal op de Hartenberg is gebeurd tav het snoezelen. Ook weet ik dat Ad Verheul en Jan Hulsegge bij het schrijven van hun boek over snoezelen (Snoezelen, een andere wereld - Uitgeverij Intro, Nijkerk) geprobeerd hebben te achterhalen waar het was ontstaan. Het was voor hun niet makkelijk om aan gegevens te komen.

 

Het enige wat bij hun bekend werd en ik citeer hun boek, is:
De naam "snoezelen" is bedacht door een tweetal jongens die binnen het instituut Haarendael hun vervangende dienstplicht deden op de afdeling ontspanning.

De eerste aanzet tot snoezelen is gegeven door een drietal instituten. De gangmaker in deze is het instituut Haarendael te Haaren geweest.  

 

In 1986 ben ik bij de schrijvers op de Hartenberg op bezoek geweest om eea toe te lichten.

 

Ik ben niet goed op de hoogte over wat er na die tijd allemaal over snoezelen is gepubliceerd,maar het lijkt erop dat nu, bijna 30 jaar na het ontstaan er nog steeds onduidelijkheid is over de beginperiode van het snoezelen. 

 

De start

In 1973/74 werden aan de ontspanningsdienst ( één persoon - Rein Staps ) van Huize Haarendael in Haaren (N.Br.) twee dienstweigeraars (Klaas Schenk en ondergetekende) toegevoegd. Wij hielden ons bezig met allerlei ontspanningsactiviteiten. Echter de diepzwakzinnige pupillen werden veelal door ons overgeslagen. Vanuit de wil om daar iets aan te doen en mijn ervaring als "creatief" onderwijzer (4 jaar) ontstonden de ideeën voor enkelvoudige zintuiglijke activiteiten. De naam snoezelen (eerst nog snoeselen, met een s in het midden) was er ineens. Samen met Klaas, die ook voor de technische hoogstandjes zorgde brainstormden we er op los. We schreven vellen papier vol met mogelijkheden, deden inkopen en toverden de aula om tot snoezelruimte. Na een experimentele periode werd het snoezelen - wegens groot succes - regelmatig als activiteit aangeboden. Toen onze baas zag dat het zo'n succes was ging hij ermee op pad - lezingen geven bij andere zorginstellingen, ontspannings- en activeringsoverleg. Helaas is daarbij de diaserie uit deze beginperiode verloren gegaan. Ook de s in het midden van snoezelen sneuvelde al gauw.

 

 

vlnr: Niels Snoek, Rein Staps, Klaas Schenk

 

 

Het volgende artikel geeft wat uitgebreider weer hoe het in de beginperiode er aan toeging.

 

Op verzoek van Rein Staps schreef ik dit artikel voor Samivox (5e jaargang no 6 - april 1975) een uitgave van de stichting Samivoz (het is het oudst bekende gepubliceerde artikel over snoezelen): SNOESELDAGEN

 

Ontspanningsproject voor diepergestoorden op Haarendael.

 

 

Voorgeschiedenis.

 

Op een zeker moment - begin 1974 - kwamen wij, ontspanningsleiders, tot de conclusie dat wij toch maar erg weinig specifieke ontspanning voor diepergestoorden boden. Ze gingen wel naar de kermis, het circus en de film en ze maakten wel uitstapjes: kortom ze deden mee aan de "normale" ontspanningsactiviteiten, die eigenlijk gericht zijn op de betere pupillen. Ons stond toen duidelijk voor ogen een nieuwe activiteit te creëren die helemaal gericht was op de idiote mens. Na veel gedacht en gepraat te hebben zijn we tot de activiteit "snoeselen" gekomen.

 

 

Doel.

 

Doel van het snoeselen is de diepergestoorde zich prettig laten voelen. Een situatie scheppen waar hij misschien tot een andere vorm van actief bezig zijn komt, alhoewel wij ook tevreden zijn als hij passief geniet.

 

 

Het snoeselen.

 

Om bovenbeschreven doel te bereiken zijn we uitgegaan van "het waarnemen": het zien, het horen, het voelen, het ruiken en het proeven.

 

De plaats waar dit waarnemen gebeurt, is de aula, waar d.m.v. gedempt licht, muziek, aanwezige voorwerpen, reuk e.d. een soort droomwereld ontstaat.

 

Om die droomwereld te scheppen moet er aan enige voorwaarden worden voldaan: erg belangrijk is de inventiviteit van de organisatoren - niet minder belangrijk zijn de middelen en vooral de financiële middelen die ter beschikking staan. Aangezien er vorig jaar nog geen geld in de begroting voor snoeselen was uitgetrokken, werd er een groot beroep op onze vindingrijkheid gedaan: we moesten roeien met de riemen die we hadden.

 

Het lijkt een haast onmogelijke zaak de snoeselsfeer te beschrijven - het is iets wat je echt moet ervaren. Toch wil ik proberen door een aantal waarnemings/snoesel objecten te beschrijven de snoeselsfeer enigszins voorstelbaar te maken.

 

 

Het visuele: hiervoor is allereerst de schemertoestand van belang - dan worden er experimentele films (o.a. van Norman McLaren), dia's met kleurvlakken en abstracte composities en vloeistofdia's gedraaid - er staat een kast beplakt met aluminiumfolie en spiegels met er bovenop een draailicht - er hangt een lichtslang aan de muur  - we lopen rond met sterretjes - er is een kijkkast.

 

 

Het auditieve: op verschillende plaatsen hangen luidsprekers  waar vooral rustige muziek uitkomt (sitar, gamalan, gitaar)  er hangt een grote pop met een luidspreker erin, er is een karretje (in de vorm van een kubus, bekleed met dik schuimrubber en met een cassetterecorder erin) waar je al rijdend op kan liggen luisteren.

 

 

Het tactiele: in een hoek staat het ballonnenbed: een bed van ongeveer 2 bij 4 meter met een opstaande rand van matrassen waar allemaal ballonnen in liggen, er is een gedeelte waar allemaal hooi ligt, er liggen een heleboel ballen op de grond, er is een wipbed, met een compressor blaas je lucht door je haren of in je broekspijp, je kan schommelen in een hangmat.

 

 

Reuk: er brandt wierook of we spuiten met geurspuitbussen of we gebruiken eau de cologne zakdoekjes.

 

 

Proeven: in een hoek staan een paar tafels waar schaaltjes op staan met slagroom, appelmoes, negerzoenen, uitjes, augurken, chips e.d.

 

 

Als je je enige tijd met snoeselobjecten bezighoudt, blijken de mogelijkheden legio te zijn en verzin je steeds weer iets anders. Echter door geld- en tijdgebrek blijven de meeste ideeën onuitgevoerd. Toch blijkt uit ervaring met een minimum aan mogelijkheden al een echte snoeselsfeer te kunnen ontstaan. Wat opvalt is, dat de kinderen erg rustig zijn tijdens het snoeselen en dat je zelf ook geneigd bent zachtjes te gaan spreken.

 

 

In de aula komen niet meer dan 6 tot 8 pupillen met hun leid(st)ers en blijven er ongeveer een uur. Dit houdt in dat wij drie dagen achter elkaar moeten snoeselen (vier groepen per dag) om alle groepen aan de beurt te laten komen.

 

Het is vooral belangrijk te weten dat de kinderen niets moeten en dat alles mag.

 

 

Begeleiding.

 

De rol van de leidster tijdens het snoeselen moeten we niet onderschatten. Elke keer is er met de leidsters een voor- en nabespreking gehouden om hun vooral te wijzen op wat ze tijdens het snoeselen moeten doen: zich zo min mogelijk met de kinderen bemoeien - ze zelf hun gang laten gaan - wel, waar nodig, bescherming bieden, erg goed de gedragingen van de kinderen observeren - niets verbieden - proberen te ontdekken wat een kind erg leuk vindt.

 

 

Voortgang.

 

Ongeveer een keer in de drie maanden hebben wij de afgelopen tijd snoeseldagen georganiseerd. Het experimentele karakter is er nu wel vanaf hoewel steeds weer nieuwe suggesties worden uitgewerkt. Ook werden de laatste tijd verschillende snoeselactiviteiten op de afdelingen gebracht (ballonnenbed, vloeistofdia's, muziek). Toen wij afgelopen januari weer snoeseldagen hebben georganiseerd, hebben we verschillende internaten en instellingen uit de omgeving uitgenodigd om te komen kijken. Er bleek toen erg veel belangstelling te zijn en een paar andere huizen hebben het plan opgevat ook snoeseldagen te gaan organiseren.

 

Op Haarendael zijn wij pessimistisch gestemd wat betreft de voortgang van het snoeselen i.v.m. een vermindering van het personeelsbestand op de ontspanningsdienst

 

Tot slot wil ik graag opmerken dat het mij deugd doet dat het snoezelen zo is aangeslagen,

 

-         dat er niet alleen meer met diepzwakzinnigen, maar ook met demente bejaarden, kleuters,
           psychiatrische patiënten en mogelijk nog vele andere groepen wordt gesnoezeld.

 

-         dat er in vele landen wereldwijd wordt gesnoezeld

 

-         dat er (wetenschappelijk) onderzoek naar wordt gedaan

 

-         dat er boeken en werkstukken over worden geschreven

 

-         dat er cursussen over worden gegeven

 

-         dat er symposia over worden georganiseerd

 

-         dat het woord snoezelen in het woordenboek is opgenomen

 

-         dat er in vele opleidingen aandacht aan wordt besteed

 

Ik ben verheugd dat het snoezelen zo'n vlucht heeft genomen en bij deze wil ik alle mensen die nu en in de toekomst een bijdrage aan het snoezelen leveren, voor en met hun medemens, veel succes en plezier toewensen, snoezelen is de moeite waard !

 

 

Om alle foto\'s te zien van de eerste Snoezelruimte ter wereld (1973) Klik of foto

 

 

Voor meer informatie stuur een e-mail naar Niels Snoek : Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

De orginele tekst van dit artikel is te vinden op de Website van Niels Snoek:
http://www.religieuze-spirituelekunst.nl/

 

 

Lees 8212 keer
Meer in deze categorie: « Benaderingswijzen