De boog kan niet altijd... (Dutch)

Geschreven door Ronald Geelen
Beoordeel dit item
(1 Stem)

Werk maken van luiwammessen

We ervaren tijd als iets kostbaars, je mag het niet verspillen; moet het goed besteden. Vandaar dat de activiteitenbegeleider de cliënt helpt bij de dagbesteding. Heb je een moment van rust met je cliënt, dan hoor je collega-teamleden al in je fantasie iets zeggen als "Zie daar zitten ze weer koffie te leuten." We leven in een "doe-cultuur." Activiteit is alles, passief-zijn voor velen onnuttig en moeilijk te volbrengen. Terwijl je cliënt op momenten wellicht meer behoefte heeft aan iemand die er gewoon is, helpt te ontspannen en te verpozen, dan van alles te doen.

Bij luiwammessen en ontspannen komt veel kijken, in dit artikel vind je een verkenning van enkele zaken. Allereerst het besef dat tijd geen vast gegeven is, maar door ieder anders ervaren kan worden. Als AB-er hou je daarmee rekening. Ook wil je weten op welke momenten rust voor de oudere nodig is: welke signalen geven dat aan? Sommigen van ons zullen daar -door eigen aanleg- meer oog voor hebben dan iemand anders: ken uzelve! Ook is het goed een blik te werpen op de ritmes van leven en werken in de zorginstelling, inhoeverre lopen die in de pas met behoeftes van de oudere? En inhoeverre helpen de omgevingskenmerken de oudere rust te nemen waar nodig? Tenslotte gaan we in op middelen die de effecten van lichamelijke uitputting en stress moeten verzachten, en middelen en programma's voor ontspanning.

Klokketijd bestaat niet

5 November ... drie uur ... nog 5 minuten ... deze begrippen ervaren we als objectieve gegevenheden, een realiteit die buiten ons mens-zijn bestaat. Dat is natuurlijk niet zo: het is door mensen aangebracht en ingevoerd. Onze klokketijd is iets van deze tijd en cultuur. De vroege Romeinen rekenden in plaats van met minuten en uren met "halven en kwarten" van dagen. Bepaalde primitieve indianenstammen kennen het begrip tijd niet. Als je vraagt hoelang ze over het braden van een stuk wild doen, hebben ze daar geen woorden voor. Dan kunnen ze iets zeggen als "Ik doe het snel als ik honger heb, anders langza?mer."

Hoewel tijd op zich geen vast gegeven is maar voortgekomen uit onze cultuur, hebben we op een andere manier wel een vast aantal maximale tikken tot onze beschikking. Mensen en dieren, klein of groot, hebben allemaal evenveel hartslagen. Mens, papagaai, muis of insect: het maakt niet uit: als het hart er 150 miljoen slagen op heeft zitten, laat het overlijden niet lang op zich wachten. Bij het insect en de muis gaan de hartslagen niet alleen veel sneller dan bij ons en leven ze niet alleen korter, maar ze beleven tijd ook sneller. Voor kleine dieren zullen de wijzers van de klok juist trager dan voor ons draaien, ze functioneren sneller, een miniem ogenblik voor ons is voor hen een ruime periode. Daarom is het zo moeilijk die vlieg met de krant plat te meppen. Omgekeerd; stel dat een eeuwenoude boom ogen en hersens had, dan zou die de wijzers op de klok niet eens kunnen zien; het zou allemaal te snel gaan. De tijdsbeleving hangt samen met de biologische klok. Maar ook daarbinnen is speelruimte.

Ook binnen een mensen leven is de tijdbeleving aan wisseling onderhevig. Gevoelsmatig duurt het een eeuw voor je twintig bent, maar daarna ben je in een wip 80. De tijd lijkt sneller te gaan naarmate je ouder wordt, maar het etmaal zelf duurt langer. Veel oudere mensen denken dat het recente verle?den korter heeft geduurd; dat komt omdat ze relatief weinig meemaken. Een dag duurt langer als je weinig om handen hebt (of alles uit handen genomen is, en op iets zit te wachten). Net zoals de minuten voorbij kruipen als je bij het gasstel wacht tot het water kookt. De tijd zal langer duren voor de oudere die op hulp wacht dan voor het druk bezette doende personeelslid die aangeeft "zo te komen." Voor de AB-er die met mensen onderweg is naar de activiteitenruimte heeft dat korter geduurd dan voor degenen die al in die ruimte op haar wachtten.

Wie lekker in zijn vel zit vindt de tijd normaal of iets te snel verlopen. Bekend is ook dat voor wie verhoging heeft, elke minuut langer duurt. Voor de depressieve persoon is het weer anders. De tijd lijkt dan onverdraaglijk langzaam voort te kruipen of zelfs stil te staan. Het verleden heeft geen enkele belofte in zich voor de toekomst, het hier en nu biedt geen enkele stimulans of aantrekkingskracht. Tussen culturen kunnen de verschillen in omgaan met tijd opvallend zijn. Een Amerikaanse advocaat startte een rechtszaak toen hij een klein half uur moest wachten op zijn afspraak, voor hem de ultieme belediging (nsulting-time). Bij een gemiddelde Marokkaan kan het niet verschijnen na een afspraak niet meer betekenen dan dat er blijkbaar iets tussen is gekomen (zoals familiebezoek). Niet iets om moeilijk over te doen, en al helemaal geen reden om een juridische procedure te starten.

{mospagebreak}Liever een kraai dan een kolibri

Een doordeweekse dag, begeleidster Vera is met 4 bewoners van het verzorgingshuis in de ZOO te Antwerpen. Lekker weer, zacht zonnetje, niet druk, de stemming is goedgemutst. Alleen van boer Krelis had Vera meer respons verwacht. Hij sjokt ongeïnteresseerd langs de exotische dieren, kijkt meewarig naar de kolibri's waarnaar Vera wijst en zegt uit beleefdheid "Ja mooi." Maar al vlug kijkt hij weer in de verte, en vraagt of hij nu "eindelijk" terug naar huis kan.

De terug?weg wordt onderbroken voor een kopje koffie met vlaai in een wegrestaurant. Boer Krelis gooit verveeld een stukje vlaai naar een verderop suffende hond. Voordat die de hap in de gaten heeft, pikt een zwarte vogel het weg. Hondlief heeft het nakijken. Boer Krelis roept tot in de toppen van zijn tenen enthousiast: Hebbe da gesien!!!! ... unne RAAF! .... ja echt waar ... ene raaf!" Hij praat wel een kwartier lang over raven, eksters en andere stiekeme kostgangers van de boerderij. Vol overgave rookt hij vervolgens zijn pijp, geen woord over naar huis gaan meer. Hij gooit zijn schoenen uit, zakt met een brede glimlach onderuit om een dutje te gaan doen. Jammer voor hem dat de karavaan juis nu weer verder moet ...

De tijd (niet) kunnen nemen

Vanwaar die plotse ommekeer tot rust bij boer Krelis? Omdat die kraai paste in zijn belevingswereld, anders dan het exotisch spul uit de dierentuin? Omdat hij eindelijk eens lekker kon zitten, of was het de vlaai, de pijp of een combinatie van zaken? Hoe het ook zij, het lijkt wel van belang deze moge?lijkheden in het achterhoofd te houden, en te zien wat voor hem ontspannend werkt. Dan kun je een volgende keer daarop makkelijker inspelen. Redenen die ontspannen kunnen voorkomen zijn uiteenlopend en kunnen van psychische, sociale of lichamelijke aard zijn, en ook met de omgeving te maken hebben. Het heeft zin om deze na te lopen en te kijken hoe je deze in gunstige zin kunt beïnvloeden, erop in kunt spelen. In het kader vind je uiteenlopende redenen waarom je cliënt zich niet kan ontspannen.

Mogelijke redenen waarom je cliënt zich niet kan ontspannen

Lichamelijke factoren

  • Lichamelijke factoren. Gehoorproblemen, niet goed kunnen zien
    Gestel belast door teveel, te vet, of anderszins niet goed gevallen voeding. Honger, pijn, vermoeidheid, obstipatie / misselijkheid / braak?neigingen, aandrang tot urineren, incontinentie, verhoogde temperatuur, infecties, ziektes in het algemeen
  • Belemmerde mobiliteit, fixaties. Niet lekker kunnen zitten / liggen, gebrekkig comfort. Slecht zittende kleding / schoeisel
  • Bijwerkingen van medicijnen, alcohol & koffie (teveel of gevoelig ervoor)
  • Hersenproblemen, tijdelijk niet goed functioneren hersenen (bv door doorbloedingsproblemen)

Psychische en gedragsmatige factoren

  • Leeftijdseffecten, ouder worden: gemiddeld genomen lijkt de tijd sneller te gaan, maar de wachttijd op te bieden hulp wordt als langer durend ervaren
  • Moeite met alleen zijn, of los van vertrouwde mensen te zijn
  • Dagelijkse ergernissen (zoals iemand tegenover je die je niet mag, koude koffie, gehaaste bejegening, niet op tijd worden geholpen), weinig terloopse positieve ervaringen.
  • Te druk bezig geweest, teveel zorgen aan het hoofd
  • Verveling of juist overprikkeld /overbelast zijn
    zichzelf niet kunnen bezighouden / zichzelf niet kunnen afschermen van de omgeving
  • Concentratie/aandachtsproblemen, snel psychisch vermoeid raken.
  • Problemen in de zin van angst, agitatie, depressie, psychotische stoornissen, rouw, belast zijn of in beslag genomen zijn door door eerdere negatieve levenservaringen
  • Op iets of iemand aan het wachten zijn, zonder iets om handen te hebben wat de aandacht trekt

{mospagebreak}Wisselwerkingen en ritmes

  •  Begrijpelijkheid voor de oudere van wat je met hem/haar doet. Bedenk: dat de oudere minder vlug op je reageert, trager en bedachtzamer lijkt betekent NIET dat deze dat met minder inspanning doet. Als elke tussenstap meer bewuste inspanning van de oudere vergt dan de begeleider vermoedt, wordt een simpel uitje vlug een zware tocht, waarbij de begeleider de oudere steeds moeiteloos stappen voor is
  • Werkritme wijkt af van individuele gewoonten/behoeften oudere
    Omgevingsfactoren
  • Veranderen van omgeving, van de ene naar de andere ruimte gaan. Onprettig voelen in vreemde omgeving, weinig vertrouwd, bang om niet meer thuis te komen, heimwee. Angst om anderen niet meer te zien
  • Kontakten met anderen, zich overvraagd of ondergestimuleerd voelen, plaats in de groep, sfeer.
  • Omgeving wijkt af- of gaat in tegen de gewoontes/voorkeuren/culturele achtergrond van de oudere (bv afsprakencultuur of juist niet). Niet toekomen aan eigen manieren / gewoontes / rituelen. Kwaliteit contacten personeel-oudere. Waarover wordt gepraat, op wat voor manier?
  • Fysieke kenmerken van de verblijfsomgeving. Bijzonderheden tav licht (vaak te donker), warmte (snel te koud), reuk (ouderen hebben een verminderde reukwaarneming, met de geur verliest de dag daardoor ook wat kleur), ventilatie, lawaai (TV en radio alleen kortdurend en alleen gericht aanzetten)

Indicaties voor rust

In WO2 zochten Duitse geleerden uit waarom mensen verkeerde beslissingen namen. Dat bleek vooral door geestelijke uitputting te komen. Toen Hitler dat hoorde, liet hij een lijst maken van indicaties van psychische vermoeidheid. Ieder die deze signalen vertoonde, moest tijdelijk van zijn dienst ontheven worden. Nu gaat het wat ver om AB-ers te vergelijken met legerkorpsen. Maar voor beide groepen is de vraag belangrijk wanneer rust nodig is. Moeilijk punt voor de oudere zorgbehoevende cliënt is wel dat de signalen daarvan sterk uiteen lopen, en bovendien verschillen van persoon tot persoon. Maar we doen toch een poging.

Betreffende het gedrag kun je bijvoorbeeld merken dat je cliënt gaat vloeken, ruzie zoeken, domineren of zich juist anders dan gewoon afhankelijk opstellen. Ook kan hij zich in taal extreem uitdrukken, snel overreageren (soms ook vanuit het gevoel situaties niet meer de baas te kunnen), veel kritiek hebben en de ander van van alles de schuld geven (tolerantie en geduld nemen af). De ander valt in herhaling, gaat meer roken of alcohol drinken. Het gedrag kan rustelozer, impulsiever en onvoorspelbaarder worden. Of je client raakt meer in zichzelf gekeerd, verstijfd.

Uiteenlopende lichamelijke kenmerken kunnen erop wijzen dat rust nodig is: hoofdpijn, misselijkheid en maagpijn, zweterig en klam aanvoelen, slaapproblemen, duizeligheid, rugpijn, stijve nek, schouders, hartkloppingen, oorsuizen. Voor de hand liggend teken voor rust nemen is vermoeidheid, minder bekende signalen kunnen overgevoeligheid voor fel licht zijn, rode vlekken op de huid of juist bleek worden.

Qua stemming kunnen verschijnselen van behoefte aan rust zijn: snel huilen, zich onder druk voelen staan, nerveus, angstig, verdoofd, zich niet betrokken voelen, prikkelbaarheid, machteloos voelen, snel overstuur zijn.

In de manier van denken kunnen zaken opvallen als minder helder kunnen denken, vergeetachtig worden, verlies van creativiteit en gevoel van humor, geheugenverlies/vergeetachtigheid, meer piekeren en tobben.

Zoals gezegd kunnen deze verschijnselen sterk uiteen lopen en per persoon verschillen. Bij een en dezelfde persoon komen ze vaak overeen, zodat het in individuele gevallen mogelijk is voortekenen van vermoeidheid tijdig te herkennen. Ken je cliënt!

Kijk naar je eige

Inhoeverre kun je het je cliënt toestaan om rust te nemen? Straal je zelf uit dat ontspannen en luieren prima is? Het is goed om van jezelf te weten of je een vlijtig liesje bent of óók als een hangplant kunt functioneren. Hieronder enkele vragen, waarbij geldt: hoe vaker je bevestigend antwoordt, hoe meer alertheid geboden is dat je de oudere niet opjaagt, regelmatig te snel af bent of op een andere manier voor hem of haar teveel de boog gespannen laat zijn.

- Ben je zelf snel op iets uitgekeken/verveeld?
- Heb je meer dan je collega's een verzetje of nieuwe impulsen nodig?
- Vind je het moeilijk om uren doelloos door te brengen?
- Ben je in gedachten vooral bij wat nog gebeuren moet, en/of de toekomst?
- Ben je iemand die op een feestje doorgaans een van degenen die met koffie, drankjes en hapjes rondgaat? Om misschien achteraf tot de conclusie te komen dat je te weinig aan het bezoek zelf bent toegekomen?
- Kijk je elk uur minimaal een keer op de klok/horloge?
- Vind je het meestal moeilijk op te gaan in de dingen van het moment?
- Erger je je enorm aan mensen die te laat op afspraken komen en uit te voeren dingen steeds uitstellen?
- Plan je vrije uren/dagen meestal vol met allerlei bezigheden?

{mospagebreak}Ritmes in soorten en maten

De zon komt op en gaat weer onder, na eb komt vloed: sommige patronen worden slechts bij wijze van uitzondering (zonsverduistering, storm) doorbroken. Het wel of niet kunnen ontspannen in een zorginstelling heeft veel met (verschillen in) ritme te maken. Het werkt gunstig op de gemoedsrust als de zorg die je krijgt is afgestemd op wat je op dat moment nodig hebt. En wanneer je contact met personeel hebt: als je daaraan zelf behoefte hebt (en niet alleen als de ander iets van je moet).

Hoe verhouden de ritmes binnen de instelling van activiteiten, zorg & contact zich tot ritmes in de conditie van de oudere? Dat zijn vragen waarop in grote lijnen wel een antwoord te geven is, de belangrijkste conclusie is dat de ritmes die wij de oudere opleggen, vaak niet overeenkomen met die van de oudere zelf. Enkele voorbeelden.

  • Op de gemiddelde afdeling in de zorg instelling wil personeel de bewonersgroep graag zo snel mogelijk uit bed hebben (liefst voor de pauze midden in de ochtend). Het werk moet aan kant: in de ochtend wordt daarom en passant ook veel randzorgwerk gedaan als bedden opmaken, kleding sorteren enzovoort. Behalve het directe contact bij de verzorging, nemen verzorgers vaak geen of nauwelijks tijd voor individueel kontakt met de oudere. Omdat er zoveel op de afdeling gebeurt, soms ook zoveel van de bewoners wordt gevraagd (paramedici komen dan vaak ook met de bewoners oefenen etc), wordt al vroeg in de ochtend de accu van de oudere leeggetrokken.
  • Nachts wordt er enig randwerk gedaan, maar veel minder dan zou kunnen. Dit samen genomen met het vorige punt, betekent dat personeel heel hard werkt als bewoners bij hen zijn, feitelijk meer dan puur nodig is. Liggen bewoners op bed, dan wordt gas teruggenomen.
  • Naarmate de dag vordert (einde ochtend en middag), raakt verzorgend personeel vermoeid. Deels komt dat door de intensieve start in de och?tend, het gejaag om de bewoners snel uit bed te krijgen en alles aan kant te maken. De werktijd wordt na de ochtendspits meer en meer gevuld met overleg (al dan niet over bewoners), schrijfwerk, kortom met kalmer bezigheden die minder van lijf en hoofd vragen.
  • Na het middageten doen veel ouderen een dutje (buikje vol, ogen dicht). Deze dip heeft te maken met lichaamsritmes, minder met het eetmoment en de eethoeveelheid. Op sommige afdelingen wordt deze rustbehoefte verstoord omdat personeel bewoners naar het toilet gaat brengen. Juist na het middageten zou een siësta of middagdurt (van een half tot anderhalf uur) voor veel ouderen welkom zijn. Sommige ouderen vinden het onprettig om dan naar de slaapkamer of in bed te gaan, een luie stoel of ligstoel kan dan uitkomst bieden.
  • Na 15.00 uur hebben dementerende bewoners het moeilijk, hun biologische ritmes zijn dan minder optimaal waardoor ze ook verwarder en angstiger kunnen raken (naar huis willen, etc). Juist rond die tijd is er vaak een wisseling van de wacht, wat onrust, en gebrek aan vertrouwdheid kan veroorzaken. "Ik ga naar HUIS, hou doe, etcetera'. Juist rond die tijd zou personeel bij bewoners moeten gaan zitten.
  • Op welke uren worden activiteiten met bewoners gedaan? Vaak tussen 10 uur en half twaalf, en tussen 14.00 en 15.30. Dit betekent soms dat personeel de bewoner haastig verzorgt om die maar bij de activiteit te laten zijn (in de ochtend), en vaak dat de bewoner terug op de afdeling komt -met de activiteit stopt- terwijl deze juist gveoelig is voor onrust en verwardheid. Veel familie komt ook juist op bezoek op de uren dat bewoners kwetsbaar zijn voor onrust in de omgeving, en brengen de bewoner terug ruim voor het avondeten, zodat deze in een `vacuum` terecht.
  • Voor de avonduren geldt in de meeste instellingen dat er weinig tijd en ruimte is (en gemaakt wordt) voor contact en activiteit met bewoners, terwijl de rust in de instelling groot is en bewoners daarvoor vaak goed toegankelijk zijn.
  • Bij de planning van veel activitieiten wordt geen rekening gehouden met verschillen in mogelijkheden van ouderen door de dag. Voor de ochtend kun je veelal wat meer beroep doen op concentratie en oplettendheid van de oudere (bv gezelschapspel), in de latere middag is het vaak verstandig activiteiten te nemen die uit zichzelf de aandacht vangen, minder concentratie vragen (denk bv aan bewegingsspel, samen zingen, bezoek van peuters, wandelen). Soms wekt de activiteit zelf bij sommige ouderen onrust, bijvoorbeeld wanneer deze zich erdoor overvraagd voelen en/of de kluts kwijtraken door de omgevingsverandering (van centrale ruimte naar de afdeling). Ook wat dit betreft is soms sochtends bij die ene oudere meer mogelijk dan 's middags. Ander aandachtspunt is na een intensieve activiteit een uitgebreidere "cooling down" in te lassen. Door even na te vragen hoe het voor je cliënt is geweest, even een rustiger bezigheid in te lassen en geruststellend op hem in te praten, kun je de overgang van activiteit naar ontspannen "niets doen" vergemakkelijken.
  • Met het beleid rondom radio en TV gaan zorginstellingen wisselend om; soms staan apparaten uren achter elkaar aan. Een goede leefregel zou kunnen zijn: als de oudere er niet gericht naar kijkt of er gericht naar luistert, dan uitzetten die handel.
  • Op je client komt veel betekenisloos geluid af: denk aan dichtklappende deuren, afgaan van piepers, voetstappen. Of aan mensen die langs de bewoner aflopen. Dergelijke stoorbronnen ervaren ouderen veel intensiever dan personeel meent, omdat zij ze veelal niet zelf veroorzaken maar ondergaan, niet afgeleid worden door werk. En doordat zij geluiden als onvoorspelbaar en `nieuw` blijven ervaren juist door hun geheugentekorten (een regelmatig weerkerend geluid als het automatisch optrekken van de zonneschermen gaat aan de AB-er voorbij, maar werkt sterker door op de oudere met dementie).
  • Personeel en bewoner leven in een andere tijd. De oudere cliënt wil iemand die er hier en nu is, met volle aandacht en alle rust. Het teamlid is niet zelden in beslag genomen door alles wat nog gebeuren moet, voelt zich onder druk staan, kan zo ook via haar lichaamstaal de bewoner infecteren met een onrust.

{mospagebreak}De omgeving maakt de mens

De staatsman Churchill zei het ooit ongeveer zo: "eerst maken mensen gebouwen, en vervolgens maken gebouwen de mens." De omgeving waarin ouderen verblijven, beïnvloedt hun welbevinden en de ervaren (ont)spanning. Vaak hebben we onvoldoende oog voor effecten van de omgeving, en effecten van omgevingsverandering.

In een wetenschappelijk onderzoek naar het effect van snoezelen in een aparte ruimte, zien de onderzoekers dat snoezelen effect heeft. Hoezo? Naarmate er meer sessies vorderen, ontspannen de ouderen sneller als zij in de ruimte komen. Je kunt dit natuurlijk evengoed omgekeerd uitleggen: het negatieve effect van het verplaatst worden, neemt af als bewoners aan die specifieke verplaatsing wennen.

Belangrijke vraag is: Inhoeverre moet je mensen iets moet aandoen om ze te laten ontspannen? Stel dat je de oudere in een heerlijk warm vlinderbad wil laten ontspannen, dan zul je hem of haar er eerst naar toe moeten brengen, zich laten of helpen met uitkleden, badpak aantrekken, in het water laten zakken, en na het baden het tegenovergestelde laten doormaken. Hoe kun je de belasting van de ontspannend bedoelde activiteit voor deze oudere verminderen? Door hem met een vertrouwd iemand ernaar toe te brengen? 'sOchtends stretch kleding aan te doen? Een pijnstiller, of pauze tussendoor of weer iets anders? Hoe je ook je best doet: uiteindelijk gaat het erom of voor deze oudere de kosten opwegen tegen de baten.

De fysieke kenmerken van de leefruimte zelf zijn natuurlijk ook van belang. De oudere zal meestal een of andere vorm van overzicht over diens leefruimte willen hebben, zonder gebombardeerd te worden door indrukken. Langdurig zitten nabij looproutes, dus zodat mensen steeds kort langs je aflopen, is voor de meesten onder ons en de meeste ouderen geen pretje. Wel gewaardeerd wordt mogelijkheid tot contact in je buurt en de mogelijkheid tot privacy (niet voortdurend op de lip van de ander, niet voortdurend in elkaars blikveld verkeren). Ouderen willen als eenieder geen of minimaal ongewenst en betekenisloos geluid (daarom hebben zachte vloerbedekking en een geluidsabsorberende aankleding van ruimtes met bijvoorbeeld wandkleden de voorkeur). Hun verminderd en kwetsbaarder gezichtsvermogen houdt onder meer in: laat hen niet tegen de lichtval inkijken, vermijd dat er scherpe schaduwen vallen (glasgordijnen gebruiken waar nodig), vermijd hooglanzende oppervlakten en gebruik geen halogeen verlichting.

Ontspanning uit een pakje

Als je vaak en-of langdurig in gespannen toestand verkeert, heeft dat vanzelf effect op je lichamelijk functioneren. Ook bepaalde nodige stoffen zoals vitamines, mineralen en ant-oxydanten (bétacaroceen, glutathion) worden sneller verbruikt, zodat het logisch lijkt om ze extra toe te dienen. Een voorbeeld van een antistress preparaat is Stressless (parmalux), dat ook door astronauten van de NASA zou zijn gebruikt. Vergelijkbare middelen zijn Stressnorm van Nutri Innova en Megavites van Essential Organics. Ook is wel eens aanbevolen om dagelijkse fikse porties van bepaalde aminozuren te nemen. Let wel: deze middelen helpen NIET om te ontspannen, maar moeten lichamelijke effecten-biologische tekorten van spanning opheffen.

Voor wie echt wil ontspannen, zijn sommige middelen duidelijk af te raden. Met alcohol, cigaretten maar ook royaal gebruik van koffie raak je uiteinde?lijk van de wal in de sloot. Voor ervoor gevoelige mensen kan 2-3 koppen koffie per dag al teveel zijn. Gemiddeld bevat een kop 130 mg kof?fie, maar bedenk wel dat de ene kop 5x zoveel bevatten kan als de andere. Overgaan op extreem theeleuten is evenmin aan te raden (met stoffen die vgl zijn met 40-70 mg coffeïne). Vergeet ook niet chocomel (50-200 mg) en chocola (per reep 100mg) erbij te tellen. Door de coffeïne grens te overschrijden kan de oudere flink op de koffie komen met effecten als lichamelijke opwinding (snelle ademhaling en hartslag), trillingen, vaak moeten plassen. En verder rusteloosheid, slapeloosheid, opvliegendheid & maag-darm klachten.

Valium is evenmin een aanrader. Valium kent bijwerkingen als beverigheid, angstproblemen, slapeloosheid en depressie. Bij langdurig gebruik ontstaat er geheugenverlies, wordt het gevoelsleven afgezwakt. Daarom wordt aangeraden rustgevende medicijnen liever niet, en als het niet anders kan voor hooguit enkele weken te geven. Dan moet er echt mee worden gestopt.

{mospagebreak}Programma?s tot ontspannen

In populaire zelfhulpboeken voor ontspannen worden methoden als ademhalings- en ontspanningsoefeningen, meditatie, massage, yoga geadviseerd. Sommige technieken hiervan zouden binnen de opleiding AB ook aan bod moeten komen, of preciezer de bij de cliëntgroepen van AB werkzame onderdelen ervan.

Andere ingang is (afhankelijk van de voorkeur van de oudere) op een fikse wandeling, bewegingsspel of lichamelijke oefening een relaxerende prikkel laten volgen. Denk aan een warm bad of douche,  samen snoepen-eten of gekheid maken, een leuk verhaal voorgelezen krijgen, tekenen of schilderen.

Ook geuren en planten kunnen worden ingezet in de strijd tegen spanning, zo is van Lavendel ook bij wetenschappelijk onderzoek een kalmerend effect vastgesteld. Bezoek van peuters kan ook onmiddelijk eigen zorgen en bekommernissen helpen relativeren, hetzelfde geldt voor het omgaan met jonge dieren. Naast een rustgevende film kan muziek worden aangewend (zie ook verder heironder). Vroeger ontspanden veel ouderen van nu voor een warme kachel. Misschien een idee voor de afdeling? Al dan niet met een schommelstoel ervoor? In de zon zitten is voor menig?een een prettige ervaring, sommige doorgaans rusteloze ouderen blijven in de zon opvallend rustig zitten. Waarom geen solaria in het verpleeghuis voor de donkere winterperioden?

Vooral in de VS worden veel relaxatieprogramma's verkocht. Vaak bestaan die uit een cassettebandje met positieve suggestieve boodschappen, kalmerende geluiden (zoals van de zeebranding & bosgeluiden), en een boekje met enkele oefeningen. Torenhoge verwachtingen moet je hiervan niet hebben, de praktijk is dat mensen zo'n programma vaak na een tijdje niet meer gebruiken. Een andere (ex-) hype is de "breinmachine". Dit is een koptelefoon met donkere bril, aan de buitenrand van de binnenzijde van de bril zijn lampjes bevestigd. Deze knipperen in een frekwentie die afhankelijk is van het gekozen programma. Sommige mensen vinden dit een prettige ervaring, zeggen zich bijvoorbeeld tijdloos en ontspannen te voelen, alsof ze in de zon liggen. Anderen raken er juist meer opgewonden door, alsof ze achter een rijdende trein aanracen. Weer andere mensen vinden het apparaat gewoon vervelend werken of vinden er niks aan. Ook hier is het nog te vroeg om en masse te gaan inkopen.

Voor sommige muzieksoorten is wellicht wel een rol weggelegd voor gericht gebruik. Bij een onderzoek in New York bleek dat te vroeg geborenen die regelmatig Brahms wiegelied hoorden, één week eerder naar huis konden. De  interpretatie was dat zij door de muziek meer ont?spanden, minder beweegde en daardoor eerder op gewicht waren. Hoewel op dit vlak veel ideën leven, zal er nog veel onderzoek moeten gebeuren. Enkele dingen lijken nu wel duidelijk. JAZZ is voor ontspanning geen aanrader (met vele contrasten en nerveuze spanning), maar ook New Age muziek met scherpe dissonanten lijkt te vermijden. Hoe minder variatie en hoe onvoorspelbaarder de muziek, hoe minder waarschijnlijk is een kalmerend effect. Muziek die meer vocaal dan instrumenteel is, wordt door de meeste mensen als prettiger en kalmerender ervaren.

Een CD koopgids is de "The New Age Music Guide", die ook een specifieke "anti stress sector" heeft, namelijk de "New Age Sound Health Music." Er is ook summier onderzoek waaruit blijkt dat met dergelijke muziek de eetsituatie kalmer en prettiger verloopt, maar voorzichtigheid blijft geboden. Vaak werkt veel tegelijk op elkaar in, zodat het effect van de muziek alleen moeilijk te achterhalen is en bij gelijktijdige andere prikkels ook negatief kan uitwerken.

Aangeraden CD's voor kalm luistergenot zijn "The Young Schubert" van "The London Chorale" (Tom Parker), en "Mind Waves" van the "London Chamber Orchestra." (regie Dick Bakker). 

De AB als rustgevend instrument

Feitelijk ben je zelf nog het beste instrument tot ontspannen. Door er simpelweg te zijn voor de oudere, niet denkend aan wat je nog moet doen, zonder onnodige bewgingen te maken. Door op warme en donkerbruine toon op de oudere in te praten, soms te fluisteren, zachte geluiden te maken, eventueel te fluisteren of zachtjes te zingen. Door langzamer dan gewoon te bewegen en te handelen. Uiteindelijk is je directe inbreng, hier en nu, het belangrijkste. In de toekomst zal de activiteitenbegeleider ook een passiviteiten-begeleider worden, van luiwammessen kun je veel werk maken.

Meer weten?

Geelen R. Hoe richt je een huiskamer in? Maandblad Activiteitensector, november 1996, nr 11, 4-7.
Geelen R & B van Dongen. Eenvoud loont. Hoe een team kan ontsnappen aan de afdelingsroutine. Denkbeeld, Tijdschrift voor Psychogeriatrie, augustus 1998, 24-26.
Hemelrijk P. Tijd. AD Magazine, 9 oktober 1999, 16-23.

Lees 13799 keer